
Zorgstelsel
In het kader van de Zorgverzekeringswet (Zvw) is iedere Nederlander verplicht zich te verzekeren met de basisverzekering. Iedereen is vrij om te kiezen bij welke zorgverzekeraar hij de basisverzekering afsluit en er geldt een wettelijke acceptatieplicht. Financiering van de zorg
De zorgkosten in Nederland worden via de zorgverzekering voor 50% door de werkgevers (bijdrage inkomensafhankelijke premie), 45% door de burgers (betaling nominale zorgverzekeringpremies) en 5% door de overheid (storten van premie voor kinderen tot 18 jaar in het Zorgverzekeringsfonds) opgebracht.
Vanwege de acceptatieplicht voor de basisverzekering kan het gebeuren dat een zorgverzekeraar een onevenredig aantal verzekerden met een hoog risico in zijn portefeuille heeft. Door middel van een vereveningsregeling wordt dit opgeheven. Hiervoor bestaat het Zorgverzekeringsfonds. Het CVZ (college voor zorgverzekeringen) is beheerder van het Zorgverzekeringsfonds en voert de vereveningsregeling uit.
Dekking
De dekking van de basisverzekering is voor iedereen en bij elke zorgverzekeraar gelijk, want deze is zoals gezegd wettelijk vastgelegd. Het gaat om dekking van noodzakelijke, op genezing gerichte zorg.
Op de basisverzekering zijn verschillende kosten gedekt. De dekking ligt vast, maar de verzekeringnemer heeft voor de basisverzekering wel de keuze uit twee polisvormen of een mix daarvan:
• naturapolis
• restitutiepolis
Aanvullende verzekeringen
De verzekerde kan zijn dekking van zorgkosten uitbreiden door aanvullende zorgverzekering(en) af te sluiten. Dit wordt voor tandartskosten veel gedaan.
Veel voorkomende dekkingen op aanvullende zorgverzekeringen zijn:
• alternatieve geneeswijzen
• hulpmiddelen
• inentingen en screening
• kuren en verblijf in kuuroorden
• orthodontie
• fysiotherapie (uitgebreid)
• tandzorg vanaf 22 jaar
• therapieën
• thuiszorg en terminale zorg
• verloskundige zorg en kraamzorg (uitgebreid)
• cosmetische chirurgie
• ziekenvervoer (uitgebreid)
• overige chirurgie
Elke zorgverzekeraar heeft aanvullende verzekeringen in het aanbod.
Voor de aanvullende verzekeringen geldt zoals gezegd geen acceptatieplicht. Verder bepaalt de zorgverzekeraar zelf welke zorgkosten door de aanvullende verzekeringen worden gedekt, wat daarvoor de voorwaarden zijn, de acceptatiecriteria en de prijs van de verzekering
Premie
De premie voor de basisverzekering bestaat uit twee delen:
1. een nominale premie
Deze wordt betaald aan de zorgverzekeraar. Voor kinderen tot 18 jaar is geen premie verschuldigd. Afhankelijk van het inkomen kan een verzekerde in aanmerking komen voor een zorgtoeslag.
2. een inkomensafhankelijke bijdrage
De werkgever is verplicht om de werknemer voor de inkomensafhankelijke bijdrage in loon te compenseren. Op deze manier betalen de werkgevers ook mee aan de zorg in Nederland. De inkomensafhankelijke bijdrage geldt overigens ook voor uitkeringsgerechtigden. De uitkerende instantie treedt in dit geval op als werkgever. Verzekerden zonder werkgever betalen 5,1% over hun inkomen (bijvoorbeeld pensioen en lijfrenten).
Eigen risico
Er geldt een verplicht eigen risico per verzekeringsjaar, voor iedere verzekerde vanaf 18 jaar. Daarnaast hebben verzekerden de keuze mogelijkheid van een vrijwillig eigen risico.
Dit eigen risico is vastgelegd in vijf treden van elk € 100 (dus € 100,
€ 200, .., € 500) en geldt voor verzekerden vanaf 18 jaar. Bij een eigen risico hoger dan € 0 wordt door de zorgverzekeraar een korting op de premie verstrekt. Verzekeraars zijn vrij in het aanbieden van de mogelijkheid tot een eigen risico, maar moeten in ieder geval een polis aanbieden zonder extra eigen risico
De zorgverzekeringsovereenkomst
Als een verzekerde een nieuw recht op de basisverzekering heeft moet hij zelf een basisverzekering afsluiten. Daarnaast heeft elke verzekerde elk jaar de mogelijkheid om naar een andere zorgverzekeraar over te stappen (oversluiten).
Afsluiten en oversluiten
Bij het sluiten van een basisverzekering moet altijd het BSN overlegd worden en daarnaast de volgende bewijsstukken:
• Bij een nieuw recht moet een bewijs overlegd worden waaruit blijkt dat de persoon recht heeft op de basisverzekering. Heeft de verzekeringsplichtige een buitenlandse nationaliteit dan moet hij een verblijfsdocument of paspoort overleggen.
• Bij een bestaand recht (overstappen) moet een beëindigingbewijs/polis van de vorige verzekering worden overlegd.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen de aanmelding bij het ontstaan van het recht (nieuw recht) op de basisverzekering en de aanmelding bij een reeds bestaand recht.
• De aanmeldingstermijn bij het ontstaan van het recht is 4 maanden vanaf het moment dat de persoon verzekeringsplichtig is geworden.
• Bij bestaand recht dient de verzekerde een nieuwe verzekering af te sluiten vóór de afloopdatum van de voorgaande verzekering
Beëindiging van de polis
De verzekerde heeft de volgende mogelijkheden om zijn basisverzekering op te zeggen:
• Jaarlijks
De opzegging moet voor 1 januari gebeuren. Natuurlijk moet er wel op tijd een zorgverzekering afgesloten worden bij een andere zorgverzekeraar. Dat kan tot uiterlijk 1 februari. De nieuwe verzekering gaat altijd (eventueel met terugwerkende kracht) in op 1 januari van dat jaar.
• Bij dubbele verzekering
De verzekeringsplichtige kan er altijd voor kiezen zelf een zorgverzekering af te sluiten, omdat de relatie met de huidige verzekeringnemer is gewijzigd.
• Bij aanpassing van de premie en/of de voorwaarden
Wanneer de zorgverzekeraar de voorwaarden in negatieve zin aanpast, heeft de verzekeringnemer het recht zijn verzekering op te zeggen per de wijzigingsdatum
In de Zorgverzekeringswet is een artikel opgenomen dat de zorgverzekeraars verbiedt de basisverzekering en de aanvullende verzekering te koppelen. Indien een verzekerde zijn zorgverzekering opzegt, dan mag de zorgverzekeraar niet ook de aanvullende verzekering beëindigen, tenzij de verzekerde dit zelf doorgeeft.
In een aantal situaties heeft de zorgverzekeraar het recht de dekking van de zorgverzekering te beëindigen, bij:
• wanbetaling
• fraude
Wanneer de zorgverzekering om welke reden dan ook eindigt, verstrekt de zorgverzekeraar aan de verzekeringnemer en aan de verzekerde (als dit een andere persoon is) een bewijs van beëindiging.





