
Wao / wia
Per 2006 is de WIA van kracht. Deze volgt de WAO op. Op personen die een WAO-uitkering ontvangen, blijft de WAO-wetgeving van toepassing. Hieronder worden daarom beide stelsels – WAO iets korter dan WIA – behandeld. Het WAO stelsel
Werknemers die langer dan twee jaar ziek waren en die voldeden aan bepaalde voorwaarden, hadden volgens de WAO het recht op een loonvervangende uitkering tot hun 65e, de WAO-uitkering.
Voorwaarden voor het recht op een WAO-uitkering zijn:
• de werknemer is voor minimaal 15% arbeidsongeschikt;
• de werknemer is jonger dan 65 jaar.
De hoogte van de uitkering hangt af van de mate van arbeidsongeschiktheid, de hoogte van het loon en de leeftijd op de ingangsdatum van de uitkering. De WAO-uitkering geschiedt door het UWV.
Wajong
De Wajong heeft als doel om jonggehandicapten te voorzien van een uitkering. De uitkering bedraagt maximaal 70% van het minimum(jeugd)loon. De jonggehandicapte moet minimaal één jaar arbeidsongeschikt zijn en tenminste 18 jaar oud zijn. Op basis van een keuring beoordeelt het UWV in welke mate sprake is van arbeidsongeschiktheid.
Alleen jongeren die voor 25% of meer arbeidsongeschikt zijn, krijgen een uitkering. De uitkering stopt op 65-jarige leeftijd.
Een jonggehandicapte is iemand die op het moment dat hij 17 jaar wordt, arbeidsongeschikt is. Ook iemand die ouder is dan 17 jaar, maar in het jaar daaraan voorafgaand minimaal zes maanden studeerde, heeft recht op een uitkering.
Het WIA-stelsel
Per 2006 is, zoals gezegd, de WIA van kracht. Vooruitlopend op het WIA stelsel zijn twee eerdergenoemde wetten al eerder ingegaan, de Wulbz en de Wet Verbetering Poortwachter.
Een belangrijk kenmerk van het WIA stelsel is dat er onderscheid wordt gemaakt naar werknemers die helemaal niet meer kunnen werken en werknemers die gedeeltelijk nog wel kunnen werken. Door voor deze twee groepen verschillende wettelijke regelingen te treffen, wordt het aan het werk blijven gestimuleerd. In de WIA is tevens bepaald dat de medische keuring op arbeidsongeschiktheid verscherpt wordt.
De mate van arbeidsongeschiktheid wordt uitgedrukt in het percentage van het loon dat een werknemer verliest door zijn arbeidsongeschiktheid ten opzichte van het maatmanloon.
Het UWV beoordeelt of betrokkene recht heeft op een WIA-uitkering en zo ja, welke regeling van toepassing is (IVA of WGA).
Als de arts vaststelt dat er geen mogelijkheden meer zijn om te werken dan komt de aanvrager in aanmerking voor een uitkering op basis van IVA.
Wanneer de arts vaststelt dat er wel mogelijkheden zijn om te werken wordt een arbeidsdeskundige ingeschakeld. De arbeidsdeskundige beoordeelt welke functies de aanvrager met zijn beperkingen nog zou kunnen vervullen. Het moet hierbij gaan om zogenaamde gangbare arbeid.
Er worden door de arbeidsdeskundige drie functies geselecteerd die de aanvrager nog zou kunnen uitoefenen met zijn ziekte. Van elke functie wordt vastgesteld wat er met een dergelijke functie kan worden verdiend. De functie met de middelste verdiencapaciteit wordt vervolgens als uitgangspunt genomen en het bij die functie behorende salaris wordt de resterende verdiencapaciteit genoemd. Het arbeidsongeschiktheidspercentage is gelijk aan het percentage loonverlies en wordt als volgt berekend:
Loon vroegere functie – resterende verdiencapaciteit
Loon vroegere functie x 100%
1. De mate van arbeidsongeschiktheid is minder dan 35%:
De werknemer komt niet in aanmerking voor een WIA-uitkering, hij blijft in principe in dienst bij de werkgever.
2. De mate van arbeidsongeschiktheid is meer dan 35% en minder dan 80% of volledig, maar tijdelijk:
De werknemer komt in aanmerking voor de WGA.
De WGA kent twee uitkeringen:
• De loongerelateerde WGA-uitkering
• De WGA-loonaanvulling of vervolguitkering
3. De werknemer is volledig en duurzaam arbeidsongeschikt:
Er is sprake van volledige arbeidsongeschiktheid, als de verdiencapaciteit 20% of minder is. Er is sprake van duurzame arbeidsongeschiktheid als:
• er sprake is van een duurzaam verlies van functies en er een stabiele situatie is ontstaan.
• er maar een geringe kans is op vooruitgang, er geen kans is op verbetering of indien de situatie alleen nog maar zal verslechteren of de persoon zal overlijden
De werknemer komt in aanmerking voor de IVA en krijgt een uitkering van 75% van het laatstverdiende loon. Hieraan is een maximum dagloon gesteld.





